Het lichaam van Christus is in twee grote kampen verdeeld: enerzijds zijn er de christenen die de genade van God benadrukken en buiten het geloof rekenen, en anderzijds christenen die het geloof benadrukken en de genade niet benutten. Als je het ene benadrukt en het andere veronachtzaamt, lijkt dat op het rijden in een auto zonder je ervan bewust te zijn dat er aan elke kant van de weg een greppel is. Of je nu aan de linker- of aan de rechterkant in de greppel terechtkomt, je komt niet op de plaats van bestemming aan.
In Efeziërs 2:8 staat: ‘Want uit genade bent u zalig geworden.’ Er is een combinatie van genade en geloof voor nodig om Gods kracht te laten vrijkomen: ze moeten in balans zijn. De definitie van genade is ‘onverdiende goedheid of gunst’. Daarom is het zo, en dat is het goede nieuws, dat genade niet van jou afhankelijk is. De genade bestond al, nog voordat je er was. Ik kan het op nog een andere manier zeggen: genade is Gods aandeel.
Geloof wordt omschreven als een positieve reactie op wat God al door genade gegeven heeft. Met andere woorden, geloof is jouw positieve reactie op Gods genade, en: geloof eigent zich toe wat God je al door Zijn genade gegeven heeft. Daarom is geloof jouw aandeel. Als je Gods kracht in je leven aan het werk wilt zien, moet je genade en geloof met elkaar in evenwicht brengen. Als God door genade al in iets voorzien heeft, dan kun je daarop in geloof ingaan, en wat Hij gegeven heeft, ontvangen.
Het is belangrijk dat wij begrijpen, dat geloof zich alleen toe-eigent wat genade al verschaft heeft. De genade kan God tot niets dwingen. Velen menen ten onrechte dat de genade dat wel kan, maar zij hebben een verkeerd begrip van teksten als Marcus 11:23-24:
‘Want, voorwaar, Ik zeg u: wie tegen deze berg zal zeggen: Word opgeheven en in de zee geworpen, en niet zal twijfelen in zijn hart, maar zal geloven dat wat hij zegt, gebeuren zal, het zal hem gebeuren wat hij zegt. Daarom zeg Ik u: alles wat u biddend begeert, geloof dat u het ontvangen zult, en het zal u ten deel vallen.’
‘… alles wat u biddend begeert …‘ vormt de sleutel. Verlangens moeten overeenstemmen met wat Gods genade geschonken heeft en wat Zijn Woord leert. Je verlangt er misschien naar de loterij te winnen, maar Gods genade heeft geen ruimte gelaten voor gokken. Hij heeft beloofd dat Hij naar de rijkdom van Zijn genade in jouw behoeften zal voorzien, en Hij heeft dat bezegeld aan het kruis. Maar in het Woord staat ook:
‘Want ook toen wij bij u waren, bevalen wij u dit: als iemand niet wil werken, zal hij ook niet eten.’ (2 Tessalonicenzen 3:10)
Gods genade is altijd gebaseerd op en in overeenstemming met het Woord.
Nog zo’n passage die verkeerd begrepen wordt en die mensen op een dwaalspoor brengt, is Lucas 11:5-9. Daar staat:
En Hij zei tegen hen: ‘Stel’ dat iemand van u een vriend heeft en midden in de nacht naar hem toe gaat en tegen hem zegt: Vriend, leen mij drie broden, want mijn vriend is van een reis bij mij gekomen en ik heb niets om hem voor te zetten, en dat die ‘vriend’ van binnen uit het huis dan zou antwoorden en zeggen: Val mij niet lastig. De deur is al gesloten en mijn kinderen zijn bij mij in de slaapkamer; ik kan niet opstaan om ze u te geven. Ik zeg u: Al zou hij niet opstaan en ze hem geven, omdat hij zijn vriend is, dan zou hij toch om zijn onbeschaamdheid opstaan en hem er zoveel geven als hij nodig heeft. En Ik zeg u: Bid, en u zal gegeven worden; zoek, en u zult vinden; klop, en er zal voor u opengedaan worden.
Deze gelijkenis wordt vaak gebruikt om ons aan te moedigen God te bestormen met onze vragen. Met andere woorden, wij moeten God voortdurend lastig vallen en Hem geen rust gunnen tot Hij ons tenslotte geeft wat wij willen. Men stelt het lastig vallen van God dan voor als een daad van geloof. Maar dat is niet waar deze gelijkenis over gaat.
Deze gelijkenis wil niet Gods karakter, maar eerder het tegenovergestelde van wie God is, duidelijk maken. Je moet het zo zien: Je bent midden in de nacht met je echtgenote en kleine kinderen op een donkere weg vast komen te zitten. Je belt jouw beste vriend op en vraagt om hulp. Verwacht je dat jouw vriend zegt: ‘Het spijt mij, ik ben te moe om je te komen helpen’, of denk je dat je vriend je meteen te hulp komt? Een echte vriend zou je daar nooit laten zitten.
Deze passage leert in feite het tegenovergestelde van hoe men haar meestal opvat. Er staat dat, als je zoveel genade en vriendelijkheid van een mens verwacht, je van God nog veel meer kunt verwachten dat Hij jouw gebeden verhoort. En het wordt nog duidelijker, als je verder leest:
En Ik zeg u: Bid, en u zal gegeven worden; zoek, en u zult vinden; klop, en er zal voor u opengedaan worden. Want ieder die bidt, die ontvangt; wie zoekt, die vindt; en wie klopt, voor hem zal er opengedaan worden. Welke vader onder u zal aan zijn zoon, als hij hem om brood vraagt, een steen geven, of ook als hij om een vis vraagt, hem in plaats van een vis een slang geven, of als hij ook om een ei vraagt, hem een schorpioen geven? Als u die slecht bent, uw kinderen dus goede gaven weet te geven, hoeveel te meer zal de hemelse Vader de Heilige Geest geven aan hen die tot Hem bidden?
Lucas 11:9-13
Hoe komen wij er toch bij te denken dat de Almachtige minder bewogen is dan een goede vriend of een liefhebbende vader? Hij houdt oneindig veel meer van ons dan een vriend of aardse vader ooit zou kunnen. Wij moeten inzien dat God, door genade, de behoeften van het gehele menselijke ras al van eeuwigheid heeft gezien, met inbegrip van elk van onze persoonlijke noden. Hij is elke nood die jij en ik ooit zouden hebben, vóór geweest, en heeft er van te voren al in voorzien. Wij hoeven God om niets te smeken. Hij wil meer geven dat wij willen ontvangen.
Maar het feit dat al in alles voorzien is, garandeert nog niet dat je het ook zult ontvangen. Je moet op de juiste manier in geloof reageren, als jouw bankafschrift zegt dat je blut bent, of de dokter zegt dat je niet lang meer te leven hebt. Je moet rusten in en vertrouwen op wat Hij gedaan heeft. Als jij de openbaring hebt dat aan elke nood tegemoet gekomen is—niet alleen maar in het algemeen, maar specifiek voor jou persoonlijk—dan schenkt dat jou het vertrouwen om te ontvangen.
Er is niets wat je kunt doen om God tot actie aan te zetten, want Hij heeft al gereageerd. Maar je mag ook niet passief afwachten—de balans moet in evenwicht zijn. En dit is een houding die maar heel weinig christenen volgens mij hebben, want zij hebben niet begrepen dat zij gered zijn door genade en door geloof.
Er zijn mensen die passief afwachten tot God in beweging komt, in de overtuiging dat Hij alles bestuurt, terwijl weer anderen Hem proberen te pressen en menen dat hun inspanningen in het gebed en de voorbede Hem ertoe zullen dwingen handelend op te treden. Zowel de ene als de andere opvatting zal je in de greppel doen belanden en je zult niet ontvangen. Maar genade vraagt wel om een reactie in het geloof.
Als je bidt, spreek dan tot jouw lichaam als het genezing nodig heeft.
Door Zijn striemen bent u genezen.
1 Petrus 2:24
of spreek jouw omstandigheden aan als je er financieel moeilijk voor staat (3 Johannes 1:2). Als de duivel je aanvalt met twijfel en ontmoediging, haal dan Jacobus 4:7 aan, waar staat:
‘Onderwerp u dan aan God. Bied weerstand aan de duivel en hij zal van u wegvluchten.’
In dit alles is door genade voorzien, en dus kun je met vertrouwen spreken en door geloof ontvangen, in de wetenschap dat het jouw eigendom is.
De sleutel tot het rusten in Gods genade en ontvangen wat Hij verschaft heeft, is geloof (Hebreeën. 4:2). De Bijbel leert dat wij de maat van geloof gekregen hebben, (Romeinen 12:3), maar wij moeten leren er gebruik van te maken. In Romeinen 10:17 staat:
‘Zo is dan het geloof uit het gehoor en het gehoor door het Woord van God.’ En in Judas 20 lezen wij: ‘Maar u, geliefden, bouwt u uzelf op in uw allerheiligst geloof en bid in de Heilige Geest …’.
Als je ermee worstelt om van God te ontvangen wat Hij al gegeven heeft, breng dan tijd door in het Woord en bid in tongen. Als je dat doet, word je opgebouwd in het geloof dat God je al gegeven heeft. Dan ga je de rust binnen en ontvang je alles wat Hij geschonken heeft. God komt niet in actie door jouw lezen van het Woord of door jouw gebed; jouw lezen en gebed maken dat je in geloof ontvangt.
Er valt nog zoveel meer te zeggen over de balans tussen genade en geloof dan ik in dit ene artikel kan beschrijven. Ik wil je aanmoedigen mijn boek, Leven in de Balans van Genade en Geloof aan te schaffen. Het is net uit in paperback. Bezoek onze website: www.awme.net (de Nederlandse site) om het boek te bestellen.
Wees Gezegend!
Wij houden van je,
Andrew and Jamie

